Reaksmey

Gepubliceerd op: 6 augustus 2020 16:26

Wat door haar Vlaardingse schoonmoeder bedoeld was als een gezellig feestje om haar welkom te heten in Nederland, eindigde drie jaar geleden voor Reaksmey den Hoedt (nu 33) in tranen. Want: iedereen sprak Nederlands, behalve zij. 'Ik begreep de gesprekken niet. Dat vond ik zo erg.' Vanaf die avond was ze vastberaden de Nederlandse taal te leren.

Huilen op een feestje, dat hoef ik niet meer

— Reaksmey

'Mijn schoonmoeder nam me mee naar Vluchtelingenwerk. Daar leerde ik in een klas de beginselen van de taal, zoals mezelf voorstellen.' Reaksmey lacht: 'De "g" uitspreken vond ik het lastigst. Maar het was leuk om te leren. Ik wilde mijn Nederlands nog verder ontwikkelen. Een vriendin uit de klas vertelde me over het Taalhuis in de bibliotheek.'

Zo kwam Reaksmey in de Bibliotheek Vlaardingen terecht, in een groepje met andere vrouwen die net als zij gedreven waren om het Nederlands beter te leren spreken, lezen en schrijven. 'We leren over de grammatica, zoals de stam van een werkwoord. Maar we doen ook taalspelletjes en praten over onderwerpen als de dokter, bloemen of het moederschap.'
Reaksmey is geboren en getogen in Cambodja, waar Khmer de voertaal is; een taal met een compleet ander schrift dan hier. Ze volgde daar vijf jaar basisschool, meer niet. Leerde net genoeg Engels om met toeristen te communiceren. In haar steenkolenengels raakte ze aan de praat met een Nederlandse man, in het restaurant waar ze werkte. Ze werden verliefd, trouwden en bleven de eerste jaren in Cambodja wonen, waar hun zoon werd geboren. Toen hij twee was, besloten ze naar Nederland te verhuizen. Iedere avond leest Reaksmey haar zoon, die inmiddels vijf is, een Nederlandstalig prentenboek voor. 'Hij spreekt beter Nederlands dan ik en corrigeert mij soms,' lacht ze.

Ze kwam hier wonen in de lente. 'Ik was blij met de bloemen die ik overal zag. Maar ook de herfst was mooi; overal bladeren in prachtige kleuren. Ik vind het geweldig dat Nederland vier seizoenen kent. In Cambodja is het altijd warm.'
Reaksmey houdt van bloemen. Gestoken in een bloemenjurk begint ze te stralen zodra ze vertelt: 'Ik wil bloemenbinder worden.' Begin dit jaar liep ze stage bij een Vlaardingse bloemenwinkel. Daar heeft ze veel van geleerd. 'Ik ben ook naar een bloemenveiling geweest. Prachtig, al die verschillende soorten bij elkaar.'
Met het groepje vrouwen waarmee ze wekelijks bijeenkomt in de Bibliotheek Vlaardingen heeft ze inmiddels een bijna vriendschappelijke band. En de bijeenkomsten werpen hun vruchten af; Reaksmey begrijpt het Nederlands stukken beter dan toen ze begon. 'Huilen op een feestje, dat hoef ik niet meer.'