Rahba Kherebet

Gepubliceerd op: 6 augustus 2020 16:00

Rahba Kherebet (65, moeder van drie dochters en oma van twee kleinkinderen) uit Den Hoorn wilde altijd al verpleegkundige worden. ‘Ik houd van mensen, wil dat het goed met ze gaat. Op mijn twaalfde speelde ik al verpleegkundige, met een wit papieren kapje op mijn hoofd.’ Ze lacht.

Het Taalhuis in de Bibliotheek Den Hoorn is van onschatbare waarde

— Rahba Kherebet

Haar droom kwam uit. In haar geboorteland Irak werkte ze achtereenvolgens als verpleegkundige in een ziekenhuis en in een gezondheidscentrum. In 2012 werden de omstandigheden in het land zo slecht dat Rahba met haar gezin naar Nederland vluchtte, waar ze een thuis vond in Den Hoorn.
Soms mist Rahba haar werk als verpleegkundige, maar gelukkig heeft ze nog een grote passie die ze hier kan voortzetten: naaien. Gestoken in een perfect zelfgenaaid colbertje toont ze haar zelfgenaaide schoudertas, die van een designer zou kunnen zijn, zo mooi is-ie.

En tijdens de coronacrisis, toen het tekort aan mondkapjes schrijnend was, besloot Rahba haar steentje bij te dragen door zelf met de naaimachine aan de slag te gaan. Ze naaide tientallen mondkapjes en heeft daar inmiddels al veel mensen in haar omgeving mee verblijd. De mondkapjes deelt ze gratis uit; ze wil er beslist geen geld voor. 'Ik moet dit gewoon doen, om te helpen.'

Nog een derde passie, of eigenlijk missie, kenmerkt Rahba: sinds ze in Nederland woont, is er niets belangrijker voor haar dan de Nederlandse taal te leren beheersen. Een pen herinnert haar daaraan. 'Ik kreeg hem bij de uitreiking van mijn Nederlandse nationaliteit. Ik vond het een eer dat de burgemeester hem mij persoonlijk overhandigde.' Op de pen staat het logo van de gemeente Midden-Delfland. Rahba draagt hem overal met zich mee, net als het schrift waarin ze dagelijks haar Nederlands oefent. In haar missie is de Bibliotheek Den Hoorn onmisbaar. Iedere donderdagavond bezoekt Rahba het Taalcafé, waar iedereen die het Nederlands wil oefenen welkom is om aan te sluiten. ‘We praten over van alles. De vrijwilligers zijn geweldige, betrokken vrouwen.’

In de bibliotheek heeft Rahba ook hulp gekregen van verschillende Taalmaatjes, mensen die wekelijks één-op-één met haar praatten. ‘Ik wil hen allemaal bedanken voor hun tijd en moeite. Zoals mijn Taalmaatje Nancy, een gepensioneerd arts. Zij hielp mij zoeken naar vrijwilligerswerk. Dankzij haar kwam ik terecht bij Pieter van Foreest, waar ik twee jaar heb gewerkt in een verzorgingstehuis.’ Met de pen nog in haar hand besluit ze: 'Ik merk duidelijk hoe ik vooruit gegaan ben. Dankzij het Taalhuis spreek ik veel beter Nederlands.'