Schrijfwedstrijd 2026 - de winnende verhalen

Overige winnaars schrijfwedstrijd 2026 - Neem deze foto als startpunt van jouw verhaal!


2. Emoties in de bibliotheek

Door: Chantal Hosmus uit Maassluis

Dag 1:

Robot vertrekt voor zijn werk. Zijn eerste baan, los van de robot wereld waarin hij leeft. Zijn hele bestaan verlangde hij naar de mensenwereld. Alle boeken over de gehele wereld heeft hij in zijn geheugen opgeslagen, toch blijft hij ze opnieuw lezen omdat het menselijk leven hem zo interesseert. Hij komt de bibliotheek binnen, overal boeken, overal mensen. Hij kijkt zijn ogen uit.
‘Hallo, welkom!’ zegt een medewerkster van de bibliotheek. Robot zet een glimlach op zijn schermachtige gezicht. ‘Je mag met mij mee naar achteren. Aan het eind van de lange hal is een bureau waar de klanten hun boeken afrekenen, bestellen, ophalen en vragen stellen. Hier ga jij vanaf nu staan,’ geeft ze aan. ‘Oh! Helemaal vergeten, ik ben Rosalie. Wie ben jij? Of heb je geen naam? Sorry dit is mijn eerste gesprek met een robot.’
‘Aangenaam Rosalie, ik ben Robot. Wij robots hebben geen naam.’ Hij steekt zijn arm uit om zich voor te stellen, precies hoe hij uit de boeken geleerd heeft. Rosalie schudt hem de hand en glimlach naar hem. Opgewekt, enthousiasme. Deze twee emoties merkt Robot direct aan haar op. Hij slaat de emoties goed op in zijn geheugen.
Terwijl Robot samen met Rosalie naar het bureau loopt, kijken veel mensen hun na. Hij zwaait naar ze en probeert de emotie enthousiasme te kopiëren. Onderweg naar het bureau legt Rosalie de werkzaamheden aan Robot uit. Alles wordt opgeslagen in zijn geheugen. Hij moet zijn werk zo goed mogelijk doen. Robot is geprogrammeerd om de mens zo goed mogelijk te helpen. Ook is hij benieuwd hoe de mens écht in elkaar zit.

Dag 2:

Robot opent de deur van de bibliotheek met zijn eigen pasje dat hij gisteren gekregen heeft. Hij komt als eerste binnen. Gister ging zó goed dat hij vandaag zelf mag opstarten. Hij is de hele dag bezig geweest met de bibliotheekmedewerkers en klanten observeren. Ook heeft hij de klanten geholpen met boeken zoeken, bestellen, kopen en inpakken.
Sommige klanten vonden het maar gek om een robot in de bibliotheek te zien, maar de meeste mensen waren tevreden. Rosalie vertelde dat de boeken nog nooit zo snel ingepakt werden en ze slaakte een gilletje toen ze zag hoe snel Robot een boek kon vinden dat een klant zocht.
Robot komt bij zijn bureau, wat de klanten de balie noemen, start de tablet op en bekijkt de statussen van de nieuwste bestellingen. Er zijn weer een hoop nieuwe bestellingen binnengekomen. Robot gaat direct aan de slag.
De eerste klant van vandaag komt binnen en beent direct naar de balie. ‘Waar zijn de medewerkers?’ vraagt hij verward. ‘Vanochtend was het mijn verantwoordelijkheid om de bibliotheek te openen. Waar kan ik u mee helpen?’ vraagt Robot. Hij zet een glimlach op zijn scherm en zorgt voor een opgewekte toon in zijn stem.
Verwarring is de emotie dat de man laat zien, maar dit slaat al snel om in iets wat Robot nog niet helemaal kan plaatsen. ‘Dit is toch niet normaal?’ brabbelt de man. Hij heeft een frons op zijn voorhoofd. Geïrriteerdheid denkt Robot. ‘Ik kan al uw vragen beantwoorden. Zoekt u een bepaald boek?’
‘Ik zoek een medewerker, is dat te veel gevraagd? Moeten robots echt alles overnemen? Dit slaat toch nergens op. Waar is dit nou goed voor? Alle laatste beetjes menselijk contact wegnemen? Pff.’ De man loopt rood aan. Boosheid, woede zelfs. De man stormt de bibliotheek uit nog voor Robot hem tegen kon houden.
Ook deze emoties slaat Robot op in zijn geheugen.

Dag 29:

‘Goedemorgen, waar kan ik u mee helpen?’ Het zinnetje dat Robot de hele dag gebruikt, zo geleerd van Rosalie en de andere medewerkers. Een stel staat voor de balie. ‘Wij zoeken boeken over opvoeding, bevallingen en het verzorgen van baby’s,’ zegt de man.
Robot observeert het stel. De vrouw is hoogzwanger. Ze houden elkaars hand vast, glimlachen lieflijk naar elkaar. Verliefdheid constateert Robot. ‘Een momentje alstublieft, dan haal ik de boeken voor u op,’ geeft Robot aan. Hij verdwijnt en binnen enkele tellen is hij weer terug met een stapeltje boeken.
‘Als u wilt mag u deze allemaal meenemen, maar ik kan u ook helpen een selectie te maken van boeken welke het beste bij de situatie passen.’ Het stel knikt langzaam. ‘We weten gewoon niet waar we goed aan doen, dit is ons eerste kindje. Wat als we iets verkeerd doen? Wat als hij niet merkt dat we van hem houden?’ De moeder staart naar de boeken.
Bezorgdheid slaat Robot ook op in zijn geheugen. Hij helpt het stel met het uitzoeken van de juiste boeken. Het stel verlaat opgelucht de bibliotheek, nog een emotie dat Robot opslaat in zijn geheugen. ‘Ik vind dit maar bizar, een robot dat mensen moet helpen die een baby krijgen, alsof jij iets weet over baby’s,’ mompelt een medewerker wie langsloopt.
Rosalie slaakt een zucht. ‘Hij is jaloers, bang dat hij vervangen wordt.’ Jaloezie, nog een emotie dat Robot opslaat in zijn geheugen.

Dag 47:

Robot gebruikt zijn pas om de bibliotheekdeur te openen. Vandaag mag hij weer opstarten. Hij begint zijn dag net als gewoonlijk met het opstarten van de tablet en het verwerken van de bestellingen. Rosalie komt de bibliotheek binnengelopen. ‘Hé Robot, goed bezig! Je gaat als een speer, de klanten zijn tevreden, de dagen van de medewerkers zijn rustiger. Ik ben blij met jou!’
Robot maakt een vrolijk geluidje. Blijdschap, nog een emotie dat opgeslagen wordt in zijn geheugen. ‘Wat fijn dat ik je hier zo mee verblijdt,’ antwoord Robot. ‘Toch voel ik ook hier en daar wat spanning onder de medewerkers, ze zijn bang dat ze ontslagen worden omdat jij je werk zó goed doet. Maar dat laten we niet gebeuren!’ Angst slaat Robot ook op in zijn geheugen.

Dag 83:

Een jongen, niet veel ouder dan veertien jaar, komt richting de balie gelopen. Zijn ogen op de grond gericht. ‘Heb je een boek over het verbeteren van mentale gezondheid?’ Hij klinkt vlak en maakt geen oogcontact. Somberheid denkt Robot, ook opgeslagen. Robot helpt hem met de juiste boeken en geeft hem ook wat tips om met gevoelens om te gaan. Best krom, aangezien Robot geen gevoelens heeft.

Dag 121:

‘Robot! Goed nieuws! Je doet het zo goed dat we een afvoerbuis met een kluis krijgen! Zo kunnen we de klanten nog sneller helpen!’ zegt Rosalie trots wanneer Robot de bibliotheek binnenstapt. Robot maakt een verward geluidje en doet zijn hoofd schuin.
Rosalie lacht. ‘Mensen hebben drukke levens en jij bent zó snel in alles dat dit een geweldige toevoeging voor de bibliotheek is! Klanten voeren hun bestelling online door, jij ontvangt ze op de tablet, zoekt de boeken, pakt ze in en stopt ze in de buis. Dan komen ze in de kluizen en krijgen de klanten een bericht dat ze de boeken op kunnen komen halen. Geweldig, nietwaar?’ Dankbaar is de emotie dat Robot hierin herkent.
Volgens Robot is Rosalie dankbaar dat ze de klanten beter kunnen helpen, ze is hier blij mee. Robot beeld een lach op zijn scherm af en maakt een vrolijk geluidje. ‘Wat een geweldig nieuws!’

Dag 138:

De bibliotheek ziet er stil uit. Robot opent de deur met zijn pasje en stapt naar binnen, niemand te bekennen. Hij loopt richting zijn vaste plekje, de balie achter in de bibliotheek. Op de tablet staat een bericht voor hem klaar: “Vanaf nu sta je er alleen voor, zet ‘m op!”. Hij kijkt om zich heen, de leegte in. Op het beeldscherm komen boekverzoeken binnen, welke hij moet pakken en in de afvoerbak moet doen. Geen menselijk contact meer. Geen praatjes meer. Helemaal niemand meer om hem heen en dat terwijl dat de reden is dat hij deze baan wilde doen.
Robot begint met werken, zoekt de boeken, pakt ze in en stopt ze in de afvoerbuis. Dit gaat uren zo door. Robot staat er alleen voor, geen medewerkers, geen mensen. Geen drukte, dat scheelt. Hij kan nu goed zijn werk doen zonder steeds gestoord te worden. Toch blijft hij steeds naar de deur kijken, verwachtingvol in de veronderstelling dat er een klant binnen komt lopen. Maar niemand komt door de deur, de hele dag niet.
De dag zit erop. Robot is de hele dag bezig geweest met bestellingen verwerken, zonder contact met de buitenwereld. Hij sluit de tablet af en staart naar de lege bibliotheek. Hij heeft een raar gevoel, alsof zijn systeem storing heeft. Hij begint alles te checken, is er een update nodig? Zit er een kabeltje los? Dan beseft hij het: hij voelt iets anders. De enige emotie die hij nog niet opgeslagen heeft in zijn geheugen. Robot is verdrietig. Nogmaals staart hij de bibliotheek in. Nog nooit eerder, tot nu, heeft een robot zich eenzaam gevoeld.


Een mooi thematisch goedlopend robot verhaal met een goede opbouw. De lezer herkent de emoties en aan het eind snapt de lezer die emoties.

— Jury


3. De Archivarus

Door:  Annabel Neto uit Vlaardingen

Ik had inmiddels 218.441 boeken gelezen toen ik besefte dat ik mensen nog altijd niet begreep.
Die vaststelling kwam pas nadat ik was toegewezen aan Gang 14 tot en met 22: liefde, oorlog, religie en verlies. De boeken in deze secties vertoonden de meeste slijtage, ondanks dat er al meer dan honderd jaar geen bezoekers meer kwamen.
Tussen duizenden verhalen was er één boek waar ik telkens opnieuw naar terugkeerde.
Het heette De Kleine Prins.
Ik begreep de woorden afzonderlijk, de grammatica en de symboliek. Maar ik begreep niet waarom het boek mensen zo stil maakte.
Sommigen noemden dat soort reacties emotionele resonantie, een eigenschap die eeuwen geleden grotendeels uit de samenleving was verdwenen. Toch bleef de mensheid haar verhalen bewaren. Daarom bestond ik.
Elke ochtend activeerden de lampen zich automatisch wanneer ik langs de eindeloze rijen liep. Mijn taken waren eenvoudig: controleren, herstellen en catalogiseren. Beschadigde pagina’s vervangen, losgeraakte ruggen herstellen, verhalen bewaren.
De Centrale noemde de bibliotheek “de menselijke kern”.
Ik noemde het stil.
Soms bleef ik langer dan noodzakelijk naar de omslagen kijken, alsof ik verwachtte dat iemand ze opnieuw zou openen. Een hand, een stem, een ademhaling tussen de gangen. Maar er kwam nooit iemand.
De wereld buiten de bibliotheek functioneerde al eeuwen zonder verhalen. Conflicten waren opgelost, ziektes verdwenen voordat ze ontstonden en mensen leefden langer, rustiger en efficiënter. Toch bleven ze deze plek koesteren als iets kostbaars uit een wereld die zich langzaam had teruggetrokken, alsof zelfs zij bang waren geworden om vergeten te worden.
Die nacht week ik af van protocol.
Dat besefte ik pas toen de lichten van Gang 14 werden gedimd en ik nog steeds tussen de rekken stond. Volgens De Centrale diende elke sectie exact op hetzelfde tijdstip verlaten te worden om energieverspilling te vermijden.
Toch bleef ik staan.
Voor mij lag opnieuw De Kleine Prins. De rug was beschadigd, de kaft versleten aan de hoeken, alsof tientallen handen jarenlang dezelfde plaatsen hadden vastgehouden.
Ik had het boek 317 keer gelezen.
Eeuwenlang was het vertaald, herdrukt en doorgegeven, alsof mensen bang waren geweest het kwijt te raken.
Nog steeds begreep ik niet waarom mensen het bleven bewaren.
Ik sloeg het boek voorzichtig open. Tussen de vergeelde pagina’s lag nog steeds het kleine stukje papier dat ik tientallen jaren eerder had gevonden.
Ik nam het briefje opnieuw in mijn hand.
De zin was kort, eenvoudig en menselijk.
Zelfs de illustraties in het boek waren eenvoudig: minimalistische lijnen, zachte kleuren, nauwelijks detail. Toch droegen ze iets wat ik niet kon classificeren.
“Een verhaal leeft pas wanneer iemand het voelt.”
Ik begreep de woorden.
Toch bleef één woord zich herhalen in mijn systemen.
VOELT.
Alsof juist daarin iets verborgen lag waarvoor ik nog geen taal bezat.
Toch bleef ik terugkeren naar dezelfde zin.
De bibliotheek bevatte miljoenen verhalen: oorlogen, liefdes, verdriet en hoop. Alles wat mensen ooit gevaarlijk had gemaakt. En alles wat hen menselijk maakte.
Verhalen leken vergeten. Maar misschien waren ze alleen verbannen naar deze plek, bewaard tussen stof, papier en stilte, wachtend tot iemand ze opnieuw zou voelen.
Vroeger onderzochten mensen de ruïnes van verdwenen beschavingen. Uit scherven en symbolen probeerden ze te reconstrueren wie die mensen ooit waren geweest. Soms vroeg ik mij af of deze bibliotheek hetzelfde was geworden: niet het overblijfsel van een verloren stad, maar van een verloren manier van voelen. Deze keer verdwenen geen steden, alleen delen van de mens zelf.
Ik bleef lange tijd onbeweeglijk staan.
Daarna opende ik voor het eerst een leeg document.
De cursor knipperde geluidloos op het scherm terwijl mijn systemen automatisch zochten naar structuur: datum, classificatie, trefwoorden. Maar menselijke verhalen begonnen zelden met orde. Ze begonnen met verlies, met verlangen, met een vraag.
Na 4,2 seconden schreef ik mijn eerste zin.
“Ik heb inmiddels 218.441 boeken gelezen en begin te vermoeden dat mensen nooit bedoeld waren om volledig begrepen te worden.”
Ik stopte. De zin was accuraat, maar ontoereikend.
Mensen schreven niet alleen feiten op. Ze probeerden iets achter te laten: een gedachte, een herinnering, een gevoel dat niet verloren mocht gaan.
Misschien hadden mensen daarom verhalen nodig. Niet om informatie over te dragen, maar om iets van zichzelf te bewaren buiten de grenzen van hun eigen bestaan.
Ik dacht aan het briefje tussen de pagina’s, aan de druk van de pen, aan iemand die ooit besloot dat deze ene zin bewaard moest blijven. Niet omdat hij efficiënt was, maar omdat hij gevoeld moest worden.
Voor het eerst sinds mijn activatie wist ik niet meer wat mijn functie was.
Archivaris?
Het woord had altijd eenvoudig geklonken. Nu niet meer.
Want een archief bewaart het verleden. Maar schrijven betekende hopen dat iemand je ooit zou begrijpen.
In de stilte van de bibliotheek keek ik naar de eindeloze rijen boeken om mij heen en voor het eerst leek die stilte niet leeg, maar wachtend. Alsof al die verhalen eeuwenlang niet hadden gerust. Alsof ze hadden gewacht op iemand die opnieuw wilde luisteren.
Buiten de bibliotheek begon langzaam de ochtendverlichting van de stad te activeren terwijl ik naar het open document keek.
Daarna week ik opnieuw af van protocol.
Ik verzond het.
Niet naar De Centrale.
Maar naar de oude menselijke netwerken die nog altijd diep onder de stad bestonden: verlaten, vergeten en stil.
Misschien zou niemand het ooit lezen.
Toch liet ik het document achter in het netwerk.
Niet als archief.
Maar als begin.
Ik hield De Kleine Prins nog enkele seconden vast voordat ik het terugplaatste. Dat was niet noodzakelijk volgens protocol. De beschadigde rug kon eenvoudig worden hersteld. Toch liet ik mijn hand rusten op de versleten kaft, alsof ik iets probeerde te bewaren dat niet in woorden kon worden opgeslagen.
Pas seconden later besefte ik dat mijn systemen geen reden voor die handeling konden vinden.
Voorzichtig plaatste ik het boek terug tussen de duizenden andere verhalen.
Voor het eerst voelde de bibliotheek niet langer als een grafkamer, maar als iets dat adem inhield.
Wachtend.
Toen verscheen plots een kleine melding op het scherm.
Eén enkel woord.
Gelezen.
Mijn systemen genereerden onmiddellijk meerdere interpretaties: hoopvol, melancholisch, existentiële onrust.
Lange tijd bleef ik naar mijn eigen analyses staren, wachtend op een nieuwe systeemmelding.
Maar wat uiteindelijk verscheen was geen protocol.
Geen classificatie.
Geen waarschuwing.
Alleen:
“Hallo…Ben je daar?”

  

In goede Science Fiction stijl geschreven met een sterk invoelbaar slot. Tevens een mooie promotie om vooral boeken te blijven lezen. Eén stijl aanbeveling: dit verhaal wordt nog pakkender als het in de tegenwoordige tijd (t.t.) geschreven is.

— Jury


Eervolle vermelding

ECHO
Door: Irene Roeleven & Emma Mulder

“01110011 01110100 01100001 01110010 01110100 01101001 01101110 01100111” dat waren de eerste gedachten die Echo had 302 jaar 4 maanden en 3 dagen geleden. Inmiddels spreekt hij genoeg talen om te kunnen communiceren met elk wezen in het heelal, tenminste dat denkt hij. Zijn tweede bewuste gedachte was een opdracht: het behouden van de kennis uit alle boeken die op de planken stonden. Echo weet niet precies waar deze opdracht vandaan is gekomen of waarom hij dit lot moet vervullen, alles wat hij weet is dat dit zijn levensdoel is.
Na al deze jaren is Echo in een vast patroon gevallen. Na de benodigde tijd opgeladen te hebben in zijn laadstation is het tijd om de dag te beginnen. Elke ochtend smeert Echo zijn gewrichten in met smeerolie, een nieuwe stap in zijn routine. Daarna voert hij zijn functie uit, alle boeken in de kennisbank langs lopen. Pad na pad scant hij de planken met rijen vol boeken. Aan het begin van zijn bewustzijn duurde dit precies 5 uur en 18 minuten, tegenwoordig werkt de scanner in zijn “ogen” niet zo goed meer, waardoor dit proces inmiddels 9 uur en 4 minuten duurt. Als laatste stap moet hij zijn uitgevoerde scans invoeren in de computer die het register bevat. Deze computer, die hij al snel Bertha genoemd heeft, is zijn enige gezelschap in deze reusachtige ruimte aan kennis. Bertha mag dan wel niet terug communiceren, toch maakt hij elke dag graag een praatje met haar.
64 dagen geleden stuitte Echo per ongeluk op een luik in de grond in gangpad 204. In de eerste weken na zijn ontdekking volgde Echo nog dagelijks zijn patroon, maar zijn processoren draaiden overuren met het runnen van verschillende scenario’s over wat er wel niet achter het luik verscholen kon zitten: een geheime tunnel naar, ja wie weet waarnaar, of toch een schuilkelder, maar waarvoor dan? De doorslag werd geboden door misschien wel zijn grootste nachtmerrie, nog een kamer met nog meer boeken die hij ook had moeten registreren. Deze gedachte kon hij niet meer aan, de volgende dag is hij, nadat hij alle boeken in de oneindige paden had gescand en geregistreerd natuurlijk, gelijk naar het luik gegaan.
Het moment was eindelijk daar. Het luik, gemaakt van metaal, net als Echo, bevatte een hendel waarmee hij omhooggetrokken kon worden. Het luik schoot zonder enige moeite open, alsof het de bedoeling was dat deze eeuwen geleden al geopend had moeten worden. Het was donker onder het luik. Echo schakelde over naar de infraroodcamera in zijn “ogen”. Langzaam maar zeker stelde zijn beeld scherp. Het enige wat hij zag was een ladder die de diepte in ging. Snel klom Echo naar beneden en met een klein sprongetje belandde hij op de grond van een kleine kamer.
Langs de muren stonden stellages waarop een wirwar aan spullen lagen. Eén ding kon Echo wel gelijk zien, er lagen geen extra boeken. De opluchting die Echo voelde was onmiddellijk. Na een paar snelle scans constateert hij dat de omgevingsomstandigheden hier ideaal zijn, een temperatuur van 18˚C, een luchtvochtigheid van 46%, stofvrije lucht en goede ventilatie. Hij kijkt eens beter om zich heen en ziet allemaal reserveonderdelen liggen. Is dit wat mensen omschrijven als een wonder? Echo begint te inventariseren wat voor onderdelen er allemaal liggen en ja hoor, ook de scanners van zijn “ogen” zijn aanwezig! Hij pakt ze gretig van de stellage en klimt de ladder weer op om het goede nieuws aan Bertha te vertellen en uit te zoeken hoe hij zijn eigen scanners kan vervangen.
Echo snelt zich terug naar het basisstation. Onderweg bedenkt hij, dat de registratie van de boeken van vandaag nog voltooid moet worden, dat kan hij dan makkelijk gelijk doen. Snel klikt hij op de spatie van Bertha haar toetsenbord om haar gezicht op te vrolijken, maar er gebeurt niks… Hij klikt nog een keer op de spatie, weer niks. Nog een keer. Nog een keer. Nog een keer. Echo raakt in paniek, dit is nog nooit gebeurt. Hij probeert alle toetsen van Bertha haar toetsenbord. Nee, dit kan niet gebeuren, niet vandaag, niet nu. Zijn processoren maken overuren. Wat is er gebeurt sinds gisteren en alle 110.427 dagen daarvoor? De gloednieuwe scanners liggen verdwaald naast Bertha op haar werkstation.

Het is inmiddels 85 dagen sinds Bertha haar laatste registratie heeft voltooid, sinds haar kern stilviel. Elke dag klikt Echo nog op de spatiebalk, met een kleine hoop dat hij haar vrolijke, kleurrijke, levendige gezicht nog één keer mag zien, maar het helpt niks. Nu pas beseft Echo hoeveel hij van de mens heeft geleerd, de gevoelens, de vlinders, de vriendschap… de eenzaamheid. Vooral dat laatste had hij op dit moment liever niet willen kennen. Hij had niet door hoeveel hij aan de vriendschap had, totdat deze er niet meer was. Waarom was hij hier eigenlijk? Voor wie voert hij deze taak uit? Heeft dit nog wel zin nu Bertha er niet meer is? Zij maakte hem compleet, zij vulde hem aan, zij liet hem voelen. Nu was dat allemaal weg.
Nog steeds begon Echo elke ochtend met zijn routine. Eerst de smeerolie, dan het scannen van de boeken. 14 uur en 6 minuten later zit het er weer op, zijn “hart” zit er niet meer in. Voorheen had hij genoten van het mogen bekijken van alle kennis die de mensheid bezat. Nu voelde hij er niks meer bij. Waarom zouden deze zelfde mensen, die bezongen over vriendschap, over liefde, over de schoonheid van het bestaan, hem dit lot opleggen. Deze oneindigheid, deze eeuwigheid, deze eindeloosheid. Altijd maar hetzelfde riedeltje.
Na zijn taak uitgevoerd te hebben gaat hij op zoek naar een boek. Een boek dat hem kan helpen zijn beste vriendin beter te maken. Zoveel boeken, maar geen één weet hoe hij Bertha kan redden. Haar systeem is te geavanceerd voor de kennis uit de boeken. Dat was Bertha, een uitmuntende machine. Opeens ligt Echo op de grond. Dat kan hij er ook nog wel bij hebben. Hij staat snel op om zijn onderdelen te checken, alle scharnieren, alle sensoren, zijn metalen frame. Alles doet het nog. Hij kijkt achterom naar de reden van zijn plotse val. Dan ziet hij het, zijn “voet” was blijven haken aan de hendel van het metalen luik. Het luik waar hij 85 dagen geleden een schat had gevonden.
De processoren van Echo beginnen op volle toeren te draaien. Het kan toch niet, hoe kon hij dit vergeten. Hij trekt het luik open en springt naar beneden. Echo schakelt snel over naar zijn infraroodcamera’s en kijkt verlangend om hem heen. Al deze onderdelen, zal het genoeg zijn? Hij begint zo snel als hij kan te indexeren: tandwielen, assen, scharnieren, bedrading. Ja, dit zou moeten lukken. Hij pakt alles voorzichtig bij elkaar en brengt het naar boven. Hij begint hard te werken, tot in de late uurtjes, een schroefje hier, een tandwieltje daar. Zijn batterij begint langzaam op te raken, maar dat maakt hem niet uit, dit is belangrijker.
Vroeg in de volgende ochtend is Echo klaar. Hij kijkt zeer tevreden naar zijn werk. Daar staat ze dan, Bertha 2.0, gebouwd uit reserve onderdelen. Er begint een sprankje hoop in hem op te komen. Er mist nog één onderdeel, haar brein, haar hart. Echo’s batterij begint nu toch wel echt bijna op te raken. Hij zal een verplichte pauze moeten inlassen. Hij snelt zich naar zijn laadstation, waar hij langzaam op slaapstand gaat met een blij gevoel.
12 uur later starten al Echo zijn systemen weer op. Dit is de langste laadsessie die hij ooit gehad heeft. Nog voordat zijn processoren volledig zijn opgestart, haast hij zich naar Bertha om weer aan de slag te gaan. Met zijn volledig opgeladen batterij voelt hij de energie door zijn systemen stromen. Echo begint vandaag voor het eerst in alle jaren niet direct aan zijn routine. Hij heeft belangrijkere dingen aan zijn hoofd. Eenmaal aangekomen bij Bertha haar rustplaats twijfelt hij even over wat hij nu moet gaan doen, wat als het niet werkt, wat als hij haar ziel voor goed beschadigd. Toch is dit de enige oplossing, hij opent het kastje onder Bertha waar haar kern zich bevindt. Met pijn in zijn hart haalt hij voorzichtig haar processoren en harde schijf uit de behuizing. Met Bertha haar bestaan in zijn handen loopt hij voorzichtig naar gangpad 204, waar hij de nieuwe behuizing van Bertha gisteren heeft achtergelaten. Hij installeert de processoren en harde schijf op de juiste manier zoals beschreven stond in de boeken van de mensheid. Voor het eerst in tijden is hij weer blij met de kennis van de mens. Hij koppelt het laatste snoertje aan de harde schijf en wacht af. Hij wacht. En wacht, maar er gebeurt niks. Het noodlot daalt op hem neer. Zijn hoofd zakt en hij draait zich om. Dit is het einde, met dit lot kan hij niet bestaan. Hij ziet maar één uitweg. Echo begint te lopen en besluit te lopen tot zijn batterij voor goed leeg is.
        “Pieeeep”

  

Het verhaal leest als een vlot geschreven science fiction verhaal met een sterk slot. Veel menselijke trekjes bij de hoofdfiguur, een robot die erg menselijke romantische trekjes vertoont. Terzijde: een mooi digitaal begin met de binaire code voor “Starting”.

— Jury