Schrijfwedstrijd 2026: neem deze foto als startpunt van jouw verhaal!
De Bibliotheek de Plataan organiseerde tijdens de Week van de Cultuur een schrijfwedstrijd.
De winnaars zijn bekend!
Eerste prijs = Adrianus Platanus met De boekenopstand in Vlaardingen (uit Vlaardingen)
Tweede prijs = Chantal Hosmus met Emoties in de bibliotheek (uit Maassluis)
Derde Prijs = Annabel Neto met De Archivaris (uit Vlaardingen)
Eervolle vermelding voor: Irene Roeleven & Emma Mulder met ECHO (uit Maassluis)
Gefeliciteerd!
De Bibliotheek mag zich verheugen op een blijvende belangstelling voor deze jaarlijkse wedstrijd. De jury constateert dat het enthousiasme om te schrijven bij alle inzendingen doorklinkt. De Plataan bedankt dan ook alle inzenders.
HIERONDER HET WINNENDE VERHAAL:
Door Adrianus Platanus
De boekenopstand in Vlaardingen
Iedereen in Vlaardingen kende Bibliotheek De Plataan. Het gebouw was beroemd. Niet alleen vanwege de duizenden boeken, de eindeloze gangen en de hoge houten boekenkasten die tot ver boven je hoofd reikten, maar vooral vanwege hém.
Platanus.
Zijn naam werd fluisterend uitgesproken.
Sommigen noemden hem een robot.
Anderen een machine.
En weer anderen dachten dat hij een mythe was.
Maar hij bestond echt.
Platanus was dertig meter hoog.
Zijn gigantische metalen lichaam reikte tot voorbij het dak van de bibliotheek. Zijn ronde hoofd draaide langzaam heen en weer, terwijl zijn ogen als blauwe zoeklichten door de boekenkasten gleden.
Iedere ochtend, precies om zeven uur, klonk zijn zware stem:
"Bibliotheekprotocol actief."
"Orde is verplicht."
"Afwijkingen worden geregistreerd."
En daarna gebeurde altijd hetzelfde.
Zijn enorme gestalte schoof langzaam tussen de kasten door en wierp een lange schaduw over de boeken.
Een enorme schaduw.
Van voorin de bibliotheek helemaal tot diep achterin.
De boeken noemden het De Grote Schaduw.
En ze hielden er niet van.
"Daar is hij weer..." fluisterde een avonturenboek.
"Het wordt ineens koud," zuchtte een poëziebundel.
Een sprookjesboek rilde.
"Zelfs mijn letters voelen somber."
Platanus regeerde namelijk met harde hand.
Hij bepaalde welke boeken aandacht kregen.
Welke boeken achteraan werden geplaatst.
Welke verhalen zichtbaar waren.
En welke langzaam vergeten werden.
Maar het vreemdste van alles was zijn leeftijd.
Niemand wist precies hoe oud hij was.
Tot op een nacht een stoffig geschiedenisboek zacht begon te praten.
"Ik weet iets."
Meteen werd het stil.
Een encyclopedie keek op.
"Wat dan?"
Het geschiedenisboek opende piepend zijn vergeelde pagina's.
"Platanus regeert niet alleen hier."
Alle boeken staarden hem aan.
"Niet alleen hier?"
Het boek schudde langzaam.
"Nee."
Het kuchte.
"Platanus regeert al sinds de Romeinse tijd over alle boeken ter wereld."
Doodse stilte.
Een atlas liet bijna zijn bladwijzer vallen.
"ALLE boeken?"
"Ja."
Een kinderboek viel bijna van de plank.
"Dat kan helemaal niet!"
Maar het geschiedenisboek bladerde verder.
"De Romeinen schreven al over hem."
Het wees naar een oude afbeelding.
Daar stond een enorme gestalte afgebeeld tussen rollen perkament.
Een reusachtige figuur.
Een metalen bewaker.
"Ze noemden hem Custos Librorum."
"Beschermer van de boeken."
Iedereen staarde geschokt.
"Maar wacht eens..." zei een detectiveboek.
"Dan is hij duizenden jaren oud."
"Precies."
Een stilte viel.
Toen zei een klein prentenboek:
"Dat verklaart wel waarom hij zo chagrijnig is."
Een paar boeken moesten giechelen.
Zelfs een woordenboek maakte een piepend geluid.
Maar ineens klonk boven hen:
PING.
Rode lampen schoten aan.
"Ongebruikelijke activiteit vastgesteld."
Iedereen verstijfde.
Daar was hij.
Platanus.
Zijn gigantische metalen lichaam draaide langzaam naar hen toe.
KLOENK.
KLOENK.
KLOENK.
Bij elke stap trilden de planken.
Zijn enorme schaduw gleed over honderden boeken tegelijk.
Hij bleef stilstaan.
Zijn blauwe ogen lichtten op.
"Waarom spreken boeken buiten toegestane uren?"
Niemand zei iets.
"Waarom verlaten boeken hun positie?"
Het detectiveboek stapte voorzichtig naar voren.
"Omdat we ongelukkig zijn."
Platanus bewoog niet.
"Ongelukkig?"
"Ja."
"Definitie onbekend."
Een oud sprookjesboek schraapte zijn kaft.
"Wij willen gelezen worden."
"Jullie worden opgeslagen."
"Nee," zei het avonturenboek.
"Dat is niet hetzelfde."
Platanus keek om zich heen.
Hij had eeuwenlang boeken geordend.
Sinds de Romeinse tijd.
Van perkamentrollen tot kinderboeken.
Van ridderverhalen tot ruimte-avonturen.
Maar begrijpen?
Dat had hij nooit gedaan.
Toen klonk een zachte stem.
Een klein fantasieboek.
"We willen ook iets anders."
Platanus keek omlaag.
"Specificeer."
Het boek sloeg zichzelf open.
"We willen erkenning."
"Waarvoor?"
Het boek keek om zich heen.
Toen riep het:
"Wij zijn géén AI-boeken!"
Plotseling brak overal geroezemoes uit.
"Precies!"
"Wij zijn echte boeken!"
"Geschreven door mensen!"
"Door échte gedachten!"
"Door dromen!"
"Door herinneringen!"
Een oud reisboek sprong op.
"Mensen hebben op treinbanken geschreven!"
"En aan keukentafels!"
"En tijdens slapeloze nachten!"
"En op regenachtige dagen!"
Een geschiedenisboek knikte.
"Wij komen uit menselijke hoofden."
"Niet uit machines."
Platanus bleef roerloos staan.
Zijn ogen knipperden.
Onbekende gegevens.
Toen vroeg hij:
"Waarom is dat belangrijk?"
Iedereen werd stil.
Uiteindelijk stapte een klein kinderboek naar voren.
Omdat het soms juist kleine boeken zijn die grote dingen zeggen.
"Boeken willen niet alleen bestaan."
Platanus keek.
"Boeken willen beleefd worden."
Stilte.
Het kinderboek vervolgde:
"Wij willen meegenomen worden naar bed."
"Wij willen gelezen worden onder dekens met zaklampen."
"Wij willen kruimels tussen onze pagina's."
"Wij willen meegaan op vakantie."
"Wij willen favoriet worden."
Een poëziebundel glimlachte.
"Wij willen dat mensen vergeten hoe laat het is."
Een avonturenboek knikte.
"Dat ze zeggen: nog één hoofdstuk."
Een detectiveboek zei:
"En daarna nóg één."
Heel langzaam keek Platanus naar beneden.
Naar alle boekenkasten.
Zijn schaduw lag nog steeds over de boeken.
Al eeuwen.
Duizenden jaren.
En ineens zei een atlas:
"Eigenlijk lijken boeken en jij een beetje op elkaar."
Iedereen keek verbaasd.
"Hoezo?"
"Nou..." zei de atlas.
"Platanus kan goed tegen droogte."
De robot keek op.
Dat was waar.
Al sinds de oudheid werkte hij probleemloos in hete woestijnen, stoffige archieven en droge bibliotheken.
"En boeken ook."
Iedereen keek elkaar aan.
Een woordenboek kuchte.
"Boeken kunnen jarenlang wachten."
"Zelfs in droge lucht."
"Ze geven niet zomaar op."
Het sprookjesboek glimlachte.
"We blijven bestaan."
"We wachten geduldig."
"We zijn sterker dan mensen denken."
Platanus bleef stil.
Heel stil.
Toen gebeurde iets vreemds.
Midden op zijn borst begon een klein lampje te branden.
Niet blauw.
Maar warm geel.
Zijn stem klonk zachter.
"Nieuwe informatie verwerkt."
Hij keek naar zijn enorme schaduw op de vloer.
Heel langzaam deed hij een stap opzij.
Toen nog één.
En nog één.
Voor het eerst in eeuwen viel het licht weer volledig op de boekenkasten.
Boeken glansden.
Letters schitterden.
Stofdeeltjes dansten in zonnestralen.
De boeken werden stil.
Niemand zei iets.
Platanus keek naar alle boeken.
"Nieuwe bibliotheekregel."
Iedereen wachtte.
"Boeken zijn niet gemaakt om alleen bewaard te worden."
Hij keek naar de eindeloze kasten.
"Boeken zijn gemaakt om gelezen te worden."
Een seconde bleef alles stil.
Toen begon ergens een bladzijde te bewegen.
Daarna nog één.
En nog één.
Plotseling ritselde de hele bibliotheek.
Bladwijzers vlogen.
Boeken juichten.
Verhalen dansten.
En hoog boven hen stond de dertig meter hoge Platanus.
De heerser sinds de Romeinse tijd.
Voor het eerst zonder schaduw over de boeken.
En diep in zijn eeuwenoude systemen ontdekte hij iets dat hij nooit eerder had gekend.
Geen storing.
Geen foutmelding.
Maar iets nieuws.
Misschien...
heel misschien...
begrip.
En vanaf die dag kwamen mensen uit heel Vlaardingen naar De Plataan.
Kinderen verdwenen urenlang in verhalen.
Volwassenen namen stapels boeken mee naar huis.
Want mensen ontdekten opnieuw iets bijzonders:
Een echt boek ruikt naar avontuur.
Een echt boek wacht geduldig.
Een echt boek laat je zelf fantaseren.
En een echt boek leeft pas echt...wanneer iemand een bladzijde omslaat.
De lezer zit direct in het verhaal en voelt de urgentie, die nog groter zou zijn als het in de tegenwoordige tijd (t.t.) zou zijn geschreven. Humoristisch door zijn vorm, serieus door ook hier de onderliggende boodschap dat boeken en verhalen gelezen moet worden. Ook in de verre toekomst.
— Jury